inhoud

spring naar boven

laatst bekeken:

Een Syrische apothekerspot op De drie Maria's aan het graf van Jan van Eyck

ALMA showcase

Een Syrische apothekerspot op De drie Maria's aan het graf van Jan van Eyck

 

Museum Boijmans Van Beuningen bezit het enige in Nederland aanwezige schilderij dat is toegeschreven aan de laatmiddeleeuwse kunstenaar Jan van Eyck (ca. 1390-1441), De drie Maria’s aan het graf (afb. 1).

 

Afb. 1 – Jan van Eyck, De drie Maria’s aan het graf, 1430-1435, inv. 2449 (OK), Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

 

Voor het ALMA-project, de collectiewebsite van het museum waar het onderzoek naar afbeeldingen van materiële voorwerpen in de beeldende kunst wordt gepresenteerd, is dit paneel bijzonder interessant vanwege een niet eerder in detail bestudeerd object dat door Van Eyck is uitgebeeld: de blauwwitte apothekerspot in de hand van de linker Maria (afb. 2).

 

Afb. 2 – Detail van afb. 1.

 

Interdisciplinair onderzoek gebaseerd op visuele en materiële bronnen maakt het mogelijk om de rol en betekenis van sier- en gebruiksvoorwerpen als schildersmodel in de beeldende kunst te bestuderen en kan ons dichterbij de atelierpraktijk van kunstenaars brengen. Het identificeren van de uitgebeelde objecten voegt soms onverwachte informatie toe aan de ontstaansgeschiedenis en interpretatie van een werk of oeuvre. Het vergelijken van geschilderde versies van objecten met bestaande voorwerpen in museale en archeologische collecties geeft inzicht in het gebruik van objecten als schildersrekwisiet. Ook laat het zien in welke mate en op welke manier een kunstenaar een bepaald object als beeldelement in een voorstelling realistisch op het platte vlak weergaf.

Gebruikte Jan van Eyck, naast voorbeeldboeken, ook voorwerpen uit zijn directe omgeving als schildersmodel bij het tot stand komen van zijn werk? In zijn oeuvre zijn diverse voorwerpen aan te wijzen die zeer realistisch zijn uitgebeeld en die het aannemelijk maken dat ze zijn gebaseerd op eigentijdse voorbeelden. De vormgeving, kleur en textuur van de door Van Eyck geschilderde bronzen kandelaars, glazen flessen en maigelbekers, schenk- en drinkkruiken van keramiek, tin en koper, eetkommen, lepels en de tripschoenen zoals op zijn miniatuur De geboorte van Johannes de Doper in het zogeheten Turijns-Milanese getijdenboek zijn uitermate overtuigend in beeld gebracht. (afb. 3).

 

Afb. 3 – Jan van Eyck, De geboorte van Johannes de Doper, Turijns-Milanese getijdenboek, fol. 93v, Turijn, Palazzo Madama, Museo Civico.

 

Terug naar De drie Maria’s bij het graf: de voorstelling verbeeldt het verhaal (Marcus 16:1-8) waarin Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus en vermoedelijk Maria Salomé tezamen op Paasmorgen het graf van Christus bezoeken om zijn lichaam te zalven. Terwijl de soldaten in slaap zijn gevallen vertelt een engel op de lege graftombe dat Christus is opgewekt uit de dood. Maria Magdalena zit geknield voor de tombe, terwijl moeder Maria in het blauw en Maria Salomé in het groen terzijde staan. Alle drie houden ze een zalfpot in de hand: Maria Salomé een blauwwit exemplaar van keramiek, waarvan de voet verborgen zit in het groene kleed waarmee haar linkerhand is bedekt, de twee andere Maria’s lijken koperen of houten zalfpotten vast te houden. Op de achtergrond van de voorstelling is een realistische weergave van de stad Jeruzalem zichtbaar. Volgens het verhaal hebben de drie Maria’s die ochtend elk een zalfpot gekocht voor het balsemen van het dode lichaam van Christus.

Op het eerste gezicht associeer je de door Van Eyck uitgebeelde blauwwitte apothekerspot met de vroegste Europese majolicaproductie uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. Luxe sier- en gebruikskeramiek vervaardigd in Spanje en Italië was in die periode ook in het noordwesten van Europa in omloop, waaronder de Zuidelijke Nederlanden. De Europese majolicaproductie ontstond aanvankelijk in Spanje, geïnspireerd door de import van luxe gebruikskeramiek uit het middenoosten, naast glas- en koperwerk, textiel en tapijten via de handel rond het middellandse zeegebied. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat deze exotische luxegoederen zijn afgebeeld in de middeleeuwse Europese schilderkunst. Traditionele keramische gebruiksvormen die al langer werden vervaardigd in Italië, zoals de kleine schenkkannetjes en bloemenvazen, zijn vanaf circa 1425 in het noorden van Italië ook van blauwwitte majolica geproduceerd en terug te vinden in de beeldende kunst uit die tijd. Een vroeg voorbeeld daarvan is een kannetje uit het Italiaanse majolicacentrum Montelupo uit circa 1430 dat op tafel is afgebeeld op De verkondiging, het middenluik van het befaamde Mérode-triptiek van de Zuid-Nederlandse schilder Robert Campin (werkzaam vanaf 1406 – 1440) in de collectie van The Cloisters te New York. Een blauwwitte Florentijnse bloemenvaas uit circa 1440 is afgebeeld op de Annunciatie door Rogier van der Weyden (ca. 1399/1400 – 1464) die te vinden is in de collectie van het Musée du Louvre te Parijs.

De afgebeelde apothekerspot op het Rotterdamse paneel, gekoppeld aan de ontstaansperiode van het schilderij rond 1430-1435, lijkt echter een mogelijke Spaanse of Italiaanse herkomst van de pot uit te sluiten. Het door Van Eyck uitgebeelde type is niet te matchen met een Europees voorbeeld uit die tijd. De productie van blauwwitte apothekerspotten in Spanje en Italië komt dan ook pas vanaf circa 1440 op gang en daarom zien we deze ook pas vanaf dat moment in de Europese beeldende kunst verschijnen, waarvan een van de vroegste voorbeelden een apotheek verbeeldt in een Hebreeuwse uitgave van de Canon Medicinae van de Perzische arts en wetenschapper Ibn Sina (Avicenna.) uit circa 1450 (afb. 4).

 

Afb. 4 – Miniatuur met Noord-Italiaanse apotheek in een Hebreeuwse uitgave van de Canon Medicinae, Ibn Sina/Avicenna, circa 1450-75, Bibliotheca Universitaria, Bologna, Italië, MS 2197, fol 492.

 

In de Noord-Europese beeldende kunst verschijnt vanaf 1450 Spaanse en Italiaanse keramiek steeds vaker in beeld. Hans Memling (ca. 1430/40-1494) schilderde Italiaanse kannetjes uit op zijn Madonna en kind uit circa 1480-1490 (Staatliche Museen zu Berlin Preussischer Kulturbesitz, Gemäldegalerie) en op zijn Bloemenvaas uit ca. 1485-90, geschilderd op de achterzijde van het Portret van een jongeman (Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid). Hugo van der Goes (ca. 1440-1482) schilderde Spaanse majolica realistisch na, zoals de befaamde apothekerspot van goudlusteraardewerk afkomstig uit Valencia weerggeven op het Portinari-triptiek De aanbidding der herders uit circa 1476-78 (Galleria degli Uffizi, Florence). In het rijk geïllustreerde getijdenboek dat in opdracht werd vervaardigd voor Engelbert II van Nassau (1451-1504) en van miniaturen voorzien door de Meester van Maria van Bourgondië uit circa 1477-1490 is een fantastische miniatuur te vinden (afb. 6) met rond twee bijbelse voorstellingen realistische afbeeldingen van maar liefst acht verschillende majolica objecten van Spaanse en Italiaanse herkomst, vermoedelijke afkomstig uit de privéverzameling van de graaf van Nassau. De rechtsonder uitgebeelde Spaanse apothekerspot van goudlusteraardewerk is verwant die van Hugo van der Goes en zijn vergelijkbaar met twee bestaande exemplaren in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen (afb. 5).

Afb. 5 – Meester van Maria van Bourgondië, miniatuur, uit circa 1477-1490, Ms. Douce 219, fols 145v, 146r, Bodleian Library, Oxford

 

Afb. 6 – Twee apothekerspotten, Valencia/Manises, Spanje, ca. 1475, goudlusteraardewerk, h. 31 cm, A 3701 a-b (KN&V), Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

 

De door Van Eyck geschilderde blauwwitte apothekerspot kan echter volgens diverse majolicaexperts niet geïdentificeerd worden als een representatie van Italiaanse of Spaanse majolica, zelfs geen imaginaire versie ervan. Dit houdt in dat we de herkomst ervan elders moeten zoeken.

Het oorspronkelijke prototype van de cilindervormige, getailleerde of bolvormige apothekerspot is afkomstig uit het Midden Oosten. Dit farmaceutische vaatwerk was meestal voorzien van een toelopende rand waarop een deksel of textiele, perkamenten of leren afdekking kon worden bevestigd. Deze potvorm was ontwikkeld voor het verpakken, transporteren en bewaren van geneesmiddelen, geneeskruiden, kostbare specerijen en voedingsmiddelen die in het Midden Oosten, maar ook buiten de regio via Venetië naar Europa werd verhandeld. In de eerste helft van de vijftiende eeuw was Brugge, de stad waar Jan van Eyck een atelier had, het centrum van de wereldhandel in geneesmiddelen. De Arabische geneeskunst stond in de middeleeuwen in hoog aanzien. De handel verliep via Venetië, de stapelplaats voor oosterse medicinale producten en specerijen in die tijd. Apothekerspotten werden voornamelijk verkocht vanwege hun inhoud, niet vanwege de pot zelf als bijzonder of exotisch object, maar werden desalniettemin wel op die manier in Europa gewaardeerd. De vijftiende-eeuwse apotheek, regelmatig afgebeeld op Europese miniaturen, schilderijen en fresco’s, bevond zich met name in gasthuizen (ziekenhuizen), hoven, bisschoppelijk paleizen, kloosters of was als huisapotheek te vinden bij welgestelde families.

Als we op basis van bovenstaande gegevens vervolgens ook kijken naar het type decoratie van de afgebeelde pot op de Drie Maria’s bij het graf, is goed te zien dat de pot is versierd met een vrij grove florale decoratie van bladeren en bladranken die in kobaltblauw op een witte ondergrond rond de pot zijn aangebracht. Van Eyck bracht bovendien een subtiele verticale oplichtende strook op de pot aan om het glanzende oppervlak ervan te benadrukken. Als we nu de vormgeving van de pot met dit type decor koppelen aan de ontstaansperiode van het schilderij blijkt dat die nauw overeenkomt met apothekerspotten van kiezelaardewerk die werden geproduceerd in Syrië, Egypte en Perzië tijdens de Mamluk en Timurid dynastieën gedurende de tweede helft van de veertiende en eerste helft van de vijftiende eeuw. In die periode was de productie van blauwwitte keramiek in het middenoosten sterk beïnvloed door de import van Chinees porselein. De aanwezigheid van porselein uit China in het middenoosten is op basis van archeologische en visuele bronnen aangetoond. Opgravingen in Damascus maken duidelijk dat lokale pottenbakkers blauwwit porselein uit China ter inspiratie gebruikten voor het decoreren van lokale vormen zoals apothekerspotten. Ook visuele bronnen bevestigen dit fenomeen. Zo zijn er Chinese schenkflessen van blauwwit porselein uit de Mingdynastie terug te vinden op een vijftiende-eeuwse Perzische miniatuur uit de Timuridische periode (afb. 7 en 8).

 

Afb. 7 - Anoniem, Feest aan een vorstenhof, Iran, Shiraz, miniatuur, dekverf en goud op papier, ca. 1444, rechterpagina van dubbelzijdig titelblad, 32,5 x 22,1 cm, inv. 1945.169, Cleveland, OH, The Cleveland Museum of Art

 

Afb. 8 – Detail van afb. 8.

 

Pottenbakkers in het middenoosten pasten dus Chinese porseleindecoraties toe op bestaande lokale keramische objectvormen zoals apothekerspotten. Ook werd Chinees porselein, zoals schenkflessen, zowel in vorm als in decoratie nagevolgd (afb. 9).

 

Afb. 9 – Schenkfles naar Chinees voorbeeld, Perzië of Syrië, blauwwit kiezelaardewerk, 15de eeuw, inv. 29/1988, The David Collection, Kopenhagen.

 

Door de enorme populariteit van Chinees porselein in het middenoosten werd de vraag naar geglazuurde keramiek volledig getransformeerd. In Syrië, Perzië en waarschijnlijk ook in Egypte werd dit type kiezelaardewerk - ook wel ‘fritware’ genoemd - samengesteld uit 10 delen poederkwarts [fritglass], 1 deel klei en 1 deel glazuurmengsel. De receptuur hiervan is teruggevonden in een manuscript afkomstig uit het Perzische pottenbakkerscentrum Kashan, 200 km ten zuidwesten van Teheran, waarin het productieproces van dit type aardewerk is beschreven door Abu’l-Qasim in 1301, historicus aan het hof van de Mongoolse Ilkhanid dynastie in Tabriz, in noordwest Iran. Waarschijnlijk werd er tegelijkertijd vergelijkbaar blauwwit kiezelaardewerk geproduceerd in Egypte, aangezien er pottenbakkersafval van dit type is opgegraven in Fustat, het belangrijkste pottenbakkerscentrum buiten Cairo in die periode. De datering die aan de productie van het blauwwitte Mamluk aardewerk uit Syrië en Egypte wordt toegekend is gebaseerd op de datering van de bouw van de al-Tawrizi moskee in Damascus in 1423 waar tegelwanden zijn te vinden die zijn gesigneerd door een van oorsprong Perzische pottenbakker genaamd Ghaybi al-Tawrizi (werkzaam tussen 1420-1440 in Tabriz (Iran), Damascus (Syrië) en Fustat nabij Caïro (Egypte). Dit signatuur is ook terug te vinden op honderden scherven van blauwwitte kommen en schotels die teruggevonden zijn in Fustat, Egypte. Dit vaatwerk kan als handelswaar afkomstig zijn uit Syrië, maar het is ook mogelijk dat dit type blauwwit kiezelaardewerk in meerdere centra tegelijkertijd en dus ook in Fustat zelf is geproduceerd.

Het wordt steeds aannemelijker dat de apothekerspot afgebeeld door Van Eyck gebaseerd is op een exemplaar afkomstig uit Damascus, Syrië. Het overgrote deel aan archeologisch vondstmateriaal bestaande uit vergelijkbare blauwwitte apothekerspotten uit de eerste helft van de vijftiende eeuw gevonden in noordwest Europa blijkt namelijk afkomstig te zijn uit Damascus en wordt door internationale experts met “Damascus blue-and-white” aangeduid. Zo is er in Frankrijk een fragment van een Syrische apothekerspot gevonden in het Palais des Papes in Avignon (afb. 10) dat wordt gedateerd tussen 1400-1425.

Afb. 10 – Fragment van apothekerspot, Syrië, blauwwit kiezelaardewerk, begin 15de eeuw, Palais des Papes, SRA PACA.

 

Dit fragment uit Avignon is nauw verwant met een overgeleverd exemplaar in het keramiekmuseum in Sèvres, dat is versierd met een combinatie van een floraal en kalligrafisch decor in blauwwit, waarvan het opschrift verwijst naar de kennelijk potentieverhogende inhoud (afb. 11).

Afb. 11 – Apothekerspot, Syrië, blauwwit kiezelaardewerk, h. 36 cm, inv. MNC 8386, Cité de la Céramique, Sèvres

 

Het cilindrische rechtwandige model van deze Syrische apothekerspot is vergelijkbaar met de geschilderde versie van Van Eyck. Dat dergelijke apothekerspotten in Syrië ook speciaal in opdracht voor Europese afnemers werden gemaakt blijkt uit een voorbeeld vervaardigd in Damascus aan het begin van de vijftiende eeuw voorzien van het stadswapen van Florence, waarvan aan aantal exemplaren in diverse museumcollecties bewaard zijn gebleven (afb. 12).

 

Afb. 12 – Apothekerspot met stadswapen van Florence, Damascus, Syrië, blauwwit kiezelaardewerk, begin 15de eeuw, inv. AKM00567, Aga Khan Museum, Toronto, Canada.

 

Ook in Engeland zijn apothekerspotten uit Syrië teruggevonden. In Fenchurch Street te Londen vonden archeologen maar liefst acht verschillende exemplaren in een vijftiende-eeuwse laag van een beerput. Een beerput is een grote afvalkuil achter het woonhuis waar naast voedselresten ook kapot en afgedankt huisraad werd gedeponeerd. De Syrische potscherven bevonden zich tussen het afval van lokale en continentale keramiek uit de veertiende en vijftiende eeuw. Een van deze acht potten komt dicht in de buurt van Van Eyck’s versie (afb. 13).

 

Afb. 13 – Apothekerspot, Syrië, blauwwit kiezelaardewerk, 1400-1450, Museum of London Archaeology.

 

In de stad Brugge, waar Jan van Eyck zijn atelier had in de ontstaansperiode van De drie Maria’s aan het graf, zijn voor zover bekend geen apothekerspotten afkomstig uit Syrië teruggevonden. De vraag blijft of Syrische keramiek ook in de directe omgeving van de schilder voorkwam? Het bewijs hiervoor komt verrassend genoeg uit een schriftelijke bron uit de directe omgeving van Van Eyck. In de boedelinventaris van Philips de Goede, hertog van Bourgondië en sinds 1425 de broodheer van Van Eyck die tot aan zijn dood in 1441 als hofschilder voor deze hertog werkte, is in de onvoorstelbaar lange boedellijst onder volgnummer 4201 de volgende omschrijving te lezen:

i pot de terre, de l’ouvraige de Damas, blanc et blue, garni le pié et couvescle qui est de jaspre d’argent doré à un ance d’un serpent d’argent doré.

[Een aardewerk pot, vervaardigd in Damascus, wit en blauw, waarvan de voet en het deksel van jaspis, versierd met een verguld zilveren montuur en handvat in de vorm van een slang].

Uit deze omschrijving van een blauwwitte pot uit Damascus wordt helaas niet duidelijk om welk type object het gaat. Een ‘pot’ is in elk geval een containervorm, maar het is onduidelijk of er met deze term ook apothekerspotten werden aangeduid. Aangezien het voorwerp is verfraaid met een edelmetalen montuur, zou het hier ook om een vorm van schenk- of drinkgerei kunnen gaan, aangezien deze vaak als pronkvat voor op het buffet werden verzameld. Door er een kostbaar edelmetalen montuur aan toe te voegen werd de waarde ervan benadrukt en verhoogd. Wat deze boedelomschrijving wel bewijst is dat men in noordwest Europa in de vijftiende eeuw bekend was met de herkomst van dergelijk blauwwit aardewerk, in dit geval uit Damascus. Ook in Italië is het bezit van apothekerspotten uit Syrië vastgelegd in vijftiende-eeuwse omschrijvingen ervan in Italiaanse archieven zoals het Medici archief, waarin is te lezen dat Piero di Cosimo de Medici drie ‘alberegli domaschini’ bezat.

Als je tenslotte probeert te bedenken hoe Jan van Eyck, anders dan via zijn Bourgondische broodheer of via een Brugse apotheek, aan een Syrische apothekerspot is gekomen waardoor hij dit voorwerp als schildersmodel kon gebruiken, doet zich nog een heel andere, zeer speculatieve, mogelijkheid voor. Uit de historische bronnen blijkt dat Van Eyck in opdracht van Philips de Goede waarschijnlijk een geheime reis heeft gemaakt naar Jeruzalem. Zijn bezoek aan die stad zou verklaren waarom Van Eyck in staat was om het gezicht op Jeruzalem zoals geschilderd op De drie Maria’s zo realistisch heeft kunnen weergeven. Ook in Jeruzalem waren identieke apothekerspotten van blauwwit kiezelaardewerk uit Damascus in omloop, zoals blijkt uit het archeologisch vondstmateriaal in die stad. Misschien heeft het verhaal dat de drie Maria’s op Paasmorgen ieder een zalfpot kochten – en waar zouden ze dat anders hebben kunnen doen dan in Jeruzalem? - Van Eyck ertoe geïnspireerd om een exotische apothekerspot uit die bijbelse omgeving als rekwisiet voor zijn schilderij te kiezen.

 

Met veel dank aan:

Danièle Alexandre-Bidon, EHESS, École des Hautes Études et Sciences Sociales, Centre de Recherches Historiques, Parijs, Frankrijk; Lyn Blackmore, Museum of London Archaeology, Londen, Engeland; Annetje Boersma, Atelier Boersma Rotterdam; Wim de Clercq, Historical Archaeology, Ghent University, België; Jaume Coll Conesa, Museo Nacional de Céramica, Valencia, Spanje; Heather Ecker, Aga Khan Museum, Toronto, Canada (museum opent 2013); Friso Lammertse, Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam; Robert B. J. Mason, Royal Ontario Museum en University of Toronto, Canada; Luit Mols, SABIEL Onderzoeks- en adviesbureau Islamitische Kunst, Den Haag; Mariam Rosser-Owen, Victoria and Albert Museum, Londen, Engeland; Cristina Tonghini, Università Ca’ Foscari, Venetië, Italië; Joanita Vroom, Rijksuniversiteit Leiden; Oliver Watson, Museum of Islamic Art, Doha, Qatar; Timothy Wilson, Ashmolean Museum (University of Oxford), Oxford, Engeland; Hubert de Witte, Musea Brugge, België.

 

Literatuur:

Alexandre-Bidon, Danièle, Une archéologie du gout. Céramique et consummation, Espaces Mediévaux, Éditions A. & J. Picard, Parijs, 2005

Allan, James, “Abu’l-Qasim’s Treatise on Ceramics”, in: Iran 11, 1973, p. 111-120.

Clercq, Wim de, Jan Dumolijn en Jelle Haemers, '"Vivre Noblement". Material Culture and Elite Identity in late Medieval Flanders', Journal of Interdisciplinary History, XXXVIII:I (Summer 2007), pp. 1-31.

Conti, G. (et al), Zafferee et Similia, 1991

Fehervari, Geza, 'Herb containers of Arabia: “Syrian glazed jars of the Mamluk period”, in Arts of Asia 34 (no. 5), Sept-Oct 2004, pp.41-55.

Fiorilla, Salvina. “Albarelli in Sicilia tra medioevo ed età moderna”, Centro ligure per la storia della ceramica. Atti del XLI convegno internazionale della ceramica, Savona/Albisola Superiore 2008, pp. 175-82.

Gaimster, David (ed.), Maiolica in the north. The archaeology of tin-glazed earthenware in Nort-West Europe c. 1500-1600. Proceedings of a colloquium hosted by the department of medieval and later antiquities on 6-7 march 1997, British Museum Occasional Paper, no. 122, The Trustees of the British Museum 1999.

Hayes, John W., R.B.Y. Scott, Emmett Willard Hamrick, Excavations in Jerusalem, 1961-1967. Imprint Toronto: Royal Ontario Museum, Canada, 1985

Hurst, John G., David S. Neal, H.J.E. van Beuningen, Pottery Produced and traded in north-west Europe 1350-1650, Rotterdam Papers VI. A contribution to medieval archaeology, Stichting Het Nederlandse Gebruiksvoorwerp, 1986

Kemperdick, Stephan en Friso Lammertse, De weg naar Van Eyck, tentoonstellingscatalogus Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 2012

Laborde, Le Comte, Les ducs de Bourgogne: études sur les lettres, les arts et l’industrie pendant le XVe siècle et plus particulièrement dans les Pays-Bas et le duché de Bourgogne, Paris [Plon frères], 1849-1852; online gepubliceerd: http://www.archive.org/stream/lesducsdebourgo04labogoog/lesducsdebourg04labogoog_djvu.txt

Legaré, A.M., F. Guichard-Tesson et B. Roy, Le livre des échecs amoureux, ed. Chêne, 1991

Mack, Rosamond E., Bazaar to Piazza. Islamic Trade and Italian Art, 1300-1600, University of California Press, Berkeley, Los Angeles, Londen, 2002.

Mars, Alexandra, 'Valensch-werc ende ghelicke nieuwicheden'. Geïmporteerd aardewerk uit zuidelijke landen van 1350-1650, tent.brochure Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 1986.

Milwright, Marcus, “Pottery in the Written Sources of the Ayyubid-Mamluk Period (c. 567-923 / 1171-1517)”, Bulletin of the School of Oriental and African Studies, University of London, Vol. 62, No. 3, 1999, pp. 504-518.

Pesce, Giovanni. "Evoluzione dell'albarello dalla sua comparsa al XVIII secolo", Atti del IV Convegno Internazionale della Ceramica, Albisola 1971, pp. 239-62.

Soustiel, Jean, La Céramique Islamique. Le guide du connoisseur, Office du Livre S.A., Fribourg, 1985, p. 228-233.

Tushingham, A.D., met bijdragen van John W. Hayes, R.B.Y. Scott, Emmett Willard Hamrick, Excavations in Jerusalem, 1961-1967, Imprint Toronto, Royal Ontario Museum, Canada, 1985

Watson, Oliver, Ceramics from Islamic Lands. The al-Sabah Collection Dar al-Athar al-Islamiyyah, Kuwait National Museum, Thames & Hudson Ltd., Londen, 2004.

Wilson, Thimothy, Ceramic Art of the Renaissance, British Museum, Londen, 1987.

Wittop Koning, Dr. D.A., De oude apotheek, Van Dishoeck, Van Holkema & Warendorf N.V., Bussum, 1966.

Over dit onderzoek

Auteur

Alexandra Gaba-van Dongen

Date

09/10/2012

Museum Boijmans Van Beuningen bezit het enige in Nederland aanwezige schilderij dat is toegeschreven aan de laatmiddeleeuwse kunstenaar Jan van Eyck (ca. 1390-1441), De drie Maria’s aan het graf. Voor het ALMA-project, de collectiewebsite van het museum waar het onderzoek naar afbeeldingen van materiële voorwerpen in de beeldende kunst wordt gepresenteerd, is dit paneel bijzonder interessant vanwege een niet eerder in detail bestudeerd object dat door Van Eyck is uitgebeeld: de blauwwitte apothekerspot in de hand van de linker Maria.